Appelpit gedichten

Kindergedichten

Op deze pagina vind je kindergedichten. Voor het kindertijdschrift dat ik maak, zoek ik altijd naar een gedicht bij het thema dat aan de orde is. Soms vind ik het niet en schrijf ik het zelf. Een aantal van de gedichten op deze pagina zijn zo ontstaan.

Philine

Er zit een meisje in mijn klas, ze heet Philine
Met lange krullen, rood met goud, mooi om te zien
Met lange wimpers en een kuiltje in haar kin
En groene ogen met een beetje bruin erin

Ze is het allermooiste meisje van de klas
En Anneroos zei dat haar haar zo prachtig was
Toen wees Philine naar Roosjes eigen korte haar
En zei: ‘Jij knipt het zeker met een heggenschaar.’

Ik heb een keer een schilderij gezien
Het heet ‘snijden aan gras’
Je zag een hand die door zo’n groene spriet
Kapotgesneden was
Ik wist niet dat dat mooie groene gras
Zo scherp kon zijn
Wat lief en zacht lijkt wordt gemeen
en doet je pijn

Er zit een meisje in mijn klas, ze heet Philine
Ze is het allermooiste meisje om te zien
Maar tegen Jacob zei ze: ga hier eens vandaan.
Hè bah, je stinkt, heb je het in je broek gedaan?

En toen Abdullah haar wou helpen met een som
Riep ze: Rot op, wat denk je wel, ik ben niet dom!
Al heeft ze nog zo’n aardig kuiltje in je haar kin
Ik wil Philine liever niet als mijn vriendin

Ik heb een keer een schilderij gezien
Het heet ‘snijden aan gras’
Je zag een hand die door zo’n groene spriet
Kapotgesneden was
Ik wist niet dat dat mooie groene gras
Zo scherp kon zijn
Wat lief en zacht lijkt wordt gemeen
en doet je pijn


online

Ik ben online

We moeten binnen blijven
Weken, weken lang
Want buiten is het virus
En iedereen is bang
Ik mag bij niemand spelen
En niemand komt bij mij
De scholen zijn gesloten
Maar toch ben ik niet vrij

Mijn moeder geeft me lessen
Maar anders dan de juf
En zonder klasgenoten
Zijn lessen extra suf
Ik mis m’n beste vrienden
Ik wil naar Guus en Tom
Maar iedereen blijft binnen
Ik snap ook best waarom

Maar gelukkig heb ik nog mijn smartphone
Dat is mijn levenslijn
Want dan kan ik met m’n vrienden chatten
Net of we samen zijn
Van Guus krijg ik veel gekke foto’s
Hij verkleedt zich voor de gein
En met Tom doe ik een spel
En dat wint ie wel
Maar ik krijg hem nog wel klein!

We moeten binnen blijven
Weken, weken lang
Want buiten is het virus
En iedereen is bang
Dus spelen we niet samen
Zo is het nu gewoon
We zien elkaar alleen nog
Op de telefoon

Want gelukkig heb ik nog mijn smartphone
Dat is mijn levenslijn
Daarmee kan ik met m’n vrienden chatten
Net of we samen zijn
Mijn vrienden laten mij steeds lachen
We zien elkaar online
Het is niet zoals gewoon
Maar zo’n telefoon
Helpt tegen eenzaam zijn
Ik ben online

Oesters

Op een dag deed ik mee met een loterij
En ik won een prijs, ha wat was ik blij
Ik kreeg een diner in een restaurant
De sjiekste tent in het hele land
Ik liet me verrassen en er werd
Een bord met oesters neergezet

Ik dacht dat het lekker was, wist ik veel
Maar het gleed en het glibberde in mijn keel
Het leek op snot, zo slijmig zout
Ik kreeg het warm en ik kreeg het koud
En hup, daar kwam die zoute klont
Mijn keel weer uit, zó op de grond

Op hetzelfde moment, o, het ging echt mis
Kwam een ober langs met een schaal vol vis
Hij stapte in die gladde brij
En gleed me in een flits voorbij
En alle vis vloog van de schaal
De vloer vol poon, forel en aal

Een heer, op weg naar de wc
Gleed uit en nam een tafel mee
De ober schreeuwde moord en brand
Er brak paniek uit in het pand
En iedereen was op de been
En gleed en glipte om me heen

Ik sloop voorzichtig naar de deur
Want ik was bang voor een hoop gezeur
Ik had alleen die oester gehad
En kocht op de hoek een zak patat
En man, wat was ik daar tevreden mee!

Snelle Jopie

Jopie werd geboren
midden in de nacht
Zijn moeder zei verwonderd:
dat had ik niet verwacht.
De meeste kindjes komen
met moeite en met pijn
‘k Wist niet dat een bevalling ook
zo razendsnel kon zijn.

Jopie leerde lopen
na een maand of acht
Zijn moeder zei verwonderd:
dat had ik niet verwacht.
De meeste kindjes kruipen
en gaan voorzichtig staan
Maar Jopie liep in een keer weg
Hoe snel kan dat toch gaan.

Jopie leerde fietsen
Hij was nog net geen jaar
Zijn moeder zei verwonderd:
hoe krijgt ie ’t voor elkaar!
De meeste ouders rennen
er weken achteraan
maar Jopie stapte op en reed
hier vliegensvlug vandaan

Op z’n rode brommer
reed Jopie door de straat
naar de peuterspeelzaal
Daar kwam ie nooit te laat
Kreeg rijles op z’n vierde
Dat was wel naar z’n zin
Hij kreeg meteen z’n rijbewijs
En reed de wereld in

Nu is Jopie zeven
en springt ie uit z’n bed
Zijn moeder zegt verwonderd:
Zeg, is dat een raket?
Hij knikt en gaat naar binnen
Het deurtje doet hij dicht
En dan is hij verdwenen
met de snelheid van het licht

raket

Huisdier

Elke maandag
elke dinsdag
elke woensdag
elke dag
kwam Marina in de klas
als de les begonnen was
als de les al lang
al lang begonnen was

En dan moest ze regels schrijven:
“Wij beginnen om half negen”
Of ze moest na schooltijd blijven
en voor straf het schoolplein vegen
Of ze mocht weer een paar dagen
in de pauze niet naar buiten
en de juf ging met haar praten
tot Marina’s oren tuitten

Maar: die maandag
en die dinsdag
en ook woensdag;
elke dag
was Marina tóch te laat
en de juffrouw was weer kwaad
en de juf was echt
ja echt ontzettend kwaad

En ze riep: ik zal je leren
uit je luie bed te komen
en je niet steeds om te keren
om nog lekker door te dromen!
En wat sta je nu te schudden
met je eigenwijze hoofd!
Zul je mórgen dan op tijd zijn?
Is dat nou een keer beloofd?

En Marina zei toen zachtjes
Juf, dat wil ik echt heel graag
Maar mijn huisdier moet eerst uit
en o,
die schildpad
loopt
zo
traag

schildpad

SPUL

Een oude, lege jampot
wat zand, een handje gras
een dode vlieg, tien besjes
en water uit een plas

Wat zaadjes van papaver
een uitgedroogde slak
een restje bier, wat suiker
nu roeren met een tak

Wat zal er gaan gebeuren
als ik het op me smeer?
Misschien kan ik dan vliegen
of niemand ziet me meer

Durf ik dit spul te drinken?
Misschien word ik heel klein
of kan ik heel hard rennen
of voel ik nooit meer pijn

Ik proef een heel klein slokje…
blèèèh, een slecht idee!
Dat spul is SUPERsmerig!
Ik spoel het door de plee

stamppot

Lucas in Amerika

Lucas moet zijn stamppot eten
Maar hij houdt zijn mond stijf dicht
“Best wel lekker” zegt zijn broertje
Lucas trekt een vies gezicht

“Eet je stamppot” zegt zijn moeder
“Eet je bord leeg” zegt zijn pa
Lucas rent gewoon naar buiten
Hij wil naar Amerika

Eerst de bus, dan de trein
Hij moet op het vliegveld zijn
Door de lucht, over zee
Gaat ie met het vliegtuig mee
Heel lang vliegen en daarna
Is ie in Amerika

Lucas wandelt door de stad
Grote auto’s, drukke straten
Heel veel mensen om hem heen
Die alleen maar Engels praten

O hello, how do you do?
Are you hungry, lieve schat?
Een mevrouw komt naar hem toe
Lucas lacht en knikt maar wat

De mevrouw pakt zijn hand
Trekt hem naar een restaurant
Zet hem neer, gaat heel vlug
Naar de keuken en terug
En een ober met een schort
brengt hem dan een heel groot bord

Lucas heeft een lege maag
Al twee dagen niks gegeten
Als het bord op tafel staat
Wil hij hongerig gaan eten

Wat de ober heeft gebracht?
Stamppot met een kuiltje jus
Very special, very Dutch
Sinds vandaag op het menu

Lucas schrikt, krijgt een kleur
En hij holt naar de deur
Met de bus, met de train
Door de lucht In een plane:
Als hij dan tóch stamppot moet
Kan dat thuis ook net zo goed!

Mijn vader is kok

(geschreven bij het kinderboek Plaza Patatta van Nanda Roep)

Mijn vader heeft een restaurant
Daar kun je heerlijk eten
De aardappels zijn aangebrand
Het zout is hij vergeten

De pannenkoeken zijn er taai
Ze plakken aan je tanden
Er is niet aan bestek gedacht
Je eet maar met je handen

Mijn vader heeft een restaurant
Maar koken kan hij niet
De gasten schreeuwen moord en brand
Maar ik roep: hé, niks aan de hand!
Ik haal tien kilo friet

De gasten in het restaurant
Houden meteen hun mond
Ik breng de schalen vol patat
Bij alle tafels rond

Ze eten snel hun borden leeg
Wat zijn de gasten blij!
Dan roepen ze uit volle borst
drie keer hoera voor mij

tekening tyrannosaurus

Tijdreis

Zó stel ik de tijd in:
Wel tienduizend jaar
De riemen gaan vast
En vertrekken maar

De wereld verdwijnt, het is stil om me heen
Terug in de tijd; een grot van steen
Reusachtige schaduw valt over mij
Een Tyrannosaurus bonkt dichterbij
Ik deins achteruit in de smalle grot
En grijp naar mijn wapen: een mensenbot
De Tyrannosaurus grauwt en gromt
Terwijl hij nader en nader komt

Hoor ik… iemand roepen
Heel zachtjes maar
Het komt van heel ver
Wel tienduizend jaar:
"Kom nou naar beneden
Het eten is klaar!”

Rood

Mijn lievelingskleur is zoet
Een aardbei op mijn brood
Een zonnige tomaat
De mooiste kleur is …

Mijn lievelingskleur is warm
De trui is lekker groot
M’n haarband past erbij
Want allebei zijn ze …

Mijn lievelingskleur doet zeer
Ik sneed me laatst een keer
Er kwam een dikke druppel bloed
Die was rood
en warm
en zoet

Slang

Daar buiten zwemt de waterslang
Zijn lenig lichaam meters lang
De gluiperd kijkt me dreigend aan
Maar ik ben helemaal niet bang;
Zijn staart zit aan de waterkraan

zonnedauw

Zonnedauw

Zonnedauw,
klein en groen
Kan zijn blaadjes opendoen
Voelt hij dan
een klein gewicht:
Klappen vlug
de blaadjes dicht

Zonnedauw, zonnedauw,
Je gelooft het
niet zo gauw
Maar die plant kan
vliegen vangen
Want ze blijven
er aan hangen

Zonnedauw, zonnedauw,
En die beestjes,
nou nou nou
Hapt hij met z’n sprietenkaken
Omdat vliegen
hem wel smaken

Zonnedauw,
groen en klein
Zou hij heel veel
groter zijn
Dan gaf ik hem
mijn neefje Stijn
Want die doet
me altijd pijn

Gedichten voor kinderen


Philine (snijden aan gras)

Ik ben online

Oesters

Snelle Jopie

Huisdier

Spul

Lucas in Amerika

Mijn vader is kok

Tijdreis

Lachen

Rood

Slang

Zonnedauw

De krullenman

Zegels sparen

De operazangeres

Geleidehond

Muziekles

Vechten?


bloemetje

Kijk rustig rond, lees, gebruik gedichten die je van pas komen, maar verspreid ze niet zonder bronvermelding.

Lachen

Lach-les één:
zeg mij na
ha ha ha ha ha ha ha

Nu les twee:
het kan ook zo:
ho ho ho ho ho ho ho

En let op
hier is les drie:
hi hi hi hi hi hi hi

krullenman

De Krullenman

Hij leeft van kikkers en van slakken,
waterpest en dooie vis
Hij zit verscholen in de sloot
en niemand weet dat hij er is
Hij doet ook meestal niemand kwaad,
als je hem tenminste laat
Maar hij heeft dolkenscherpe tanden
en z’n klauwen zijn niet mis

Dus als je soms in de avond
naar buiten moet gaan
Ga vooral niet te dicht
bij het water staan
Als je de avondrust verstoort
en als de Krullenman je hoort
dan strekt ie z’n armen ver boven de sloot
en trekt je erin en hij bijt je dood!

Hij is slijmerig en harig
en z’n voeten hebben vliezen
Hij kruipt graag tussen waterplanten,
rottend blad en biezen
Daar zit ie met z’n ogen dicht
Hij verstopt zich voor het licht
maar als het donker wordt dan komt ie
soms een lekker hapje kiezen

Dus moet je laat in de avond
toch echt ergens heen
Blijf dan weg van het water
en ga niet alleen
En maak je ook maar een geluid
dan komt de Krullenman eruit
Met druipende krullen en helemaal bloot
grijpt ie je beet en sleurt je in de sloot
Hij trekt je erin
en hij bijt je dood

Zegels sparen

Kijk, de kaart is bijna vol
We hebben haast genoeg gespaard
Voor zo’n zachte knuffeleenhoorn
Met een mooie, roze staart

Wilt u zegels? Vraagt het meisje
En we plakken ze erbij
Nou nog één keer naar de winkel
En die eenhoorn is van mij.

operazangeres

De operazangeres

(geschreven bij het kinderboek Plaza Patatta van Nanda Roep)

Kijk daar, die dame op teevee
die zo mooi zingt, daar is wat mee.
Ze zingt zo hoog, van tralala,
een Italiaanse opera.

Die dame is zo lief en zacht,
en kijk hoe vriendelijk ze lacht.
Die zangeres op de teevee,
ik zei het al: daar is wat mee.

Haar lieve lach is heel speciaal,
en niet voor jullie allemaal.
Die knipoog na de hoge C
is niet voor jou bedoeld, welnee!

Als die mevrouw naar huis toe gaat,
dan is dat huis in onze straat.
Want die beroemde zangeres
heeft heel toevallig míjn adres!

Snap je het nou? Heb je het door?
Het is dus wel mijn moeder, hoor!

geleidehond

Geleidehond

Je waarschuwt me bij elke stoep
en leidt me om obstakels heen
Je bent mijn zicht en toeverlaat
Met jou voel ik me nooit alleen

Gehoorzaam ga je waar ik wil
Naar links, een trap op of rechtdoor
Maar let ik even niet goed op
dan sta ik bij de slager voor

muzieknoten

Muziekles

Mijn zus zit op muziekles
Speelt liedjes op de fluit
Maar als ze gaat studeren
Ga ik vlug de kamer uit

Piep piep piep
G A B
Ik hou wel van muziek
Maar die fluit? Nou nee

Mijn zus is klaar met fluiten
Ze wil een saxofoon
Ze luistert Candy Dulfer
Op haar telefoon
Soms laat ze mij iets horen
Ik vind het wel okee
Veel beter dan zo’n blokfluit
Spoel díe maar door de plee

Piep piep piep
G A B
Ik hou wel van muziek
Maar die fluit? Nou nee

Mijn zus moet het nog leren
Ze blies haar eerste toon
Maar ai, dat is wel moeilijk
Op een saxofoon
Het lijkt niet op de liedjes
Die ze me liet horen
Steeds als ze weer gaat oefenen
Tuteren mijn oren

Toet toet toet
G G G
Een zusje met muziekles
Nou, dat valt niet mee!

Vechten?

Hé, ga weg!
Dat is mijn plek!
Hadjewat?
Moetjewat?
Klap voor je bek?
Kom maar op,
Ik lust je rauw!
Toe dan…. Ja?
Waar blijf je nou?

Kom uit die boom of ik klim naar je toe.
Ik ken karate!
En ook Kung Fu!
Ik sla je rustig van die takken.
Schiet nou op –
Laat je sneller zakken!

Mooi, en nou krijg je een tel of tien
Dan wil ik je helemaal niet meer zien
Een
Twee
Drie
Vier
Zo, die is weg.
Was me dat even bluffen zeg.
Hij schrok zich een aap
Ja, weet hij veel:
Ik ben echt niet sterk…
Maar ik speel goed toneel.

prinsessenjurk

Prinsessenjurk

We mochten ons verkleden
Ik en mijn nichtje Fiet
Ik vroeg: wil jij de prins zijn?
Maar nee, dat wou ze niet

Er is maar één prinsessenjurk
die staat mij heel charmant
Maar Fiet wou de prinses zijn
en trok hem uit mijn hand

We trokken met z’n tweeën
toen hoorden we het scheuren
Ik had ineens een losse mouw
Hoe kon dat nou gebeuren?

Mijn tante zei alleen maar
Dat is een goede les:
Als jullie ruziemaken
wordt niemand de prinses

Toen naaide ze heel netjes
de losse mouw weer vast
En legde de prinsessenjurk
hoog bovenin de kast

ridder

Ridder te paard

Ik ben een dappere ridder
al op mijn witte paard
en als je met me vechten wilt
hef ik mijn blinkend zwaard.

Ik geef mijn paard de sporen
hij dendert in galop
je kunt zijn hoeven horen:
kataklop kataklop kataklop

We naderen de vijand
Ik zie zijn valse lach
Ik zwaai al met mijn wapen:
straks geef ik hem een slag

Ik laat de teugels vieren
en richt met vaste hand;
Nog even en mijn vijand
ligt kermend in het zand

Dan maakt mijn paard een bochtje
en vlucht in volle vaart
Ik ben een dappere ridder…
maar met een angstig paard

Mijn vader

Mijn vader is sterker
Dan de jouwe
Mijn vader kan
Duizend stenen sjouwen
Hij klimt op het dak
Met het grootste gemak
Hij blaast met één zucht
Een huis in de lucht

Mijn vader is sterk
En heel beroemd
Misschien wordt hij
Tot president benoemd
Mijn vader die lacht
Om de donkerste nacht
Maar… buurvrouw Carien
Wil hij liever niet zien

Mijn buurvrouw Carien
Is zo sterk als drie beren
Van haar kan mijn vader
Nog wel wat leren
ballet

Ballet

Draaien, draaien, strekken
Netjes in de maat
Armen hoog geheven
bíjna een spagaat

Nieuwe roze schoentjes
Krullen ingezet
Roze tulen rokje
Lisa doet ballet

Op het feest van oma
Danst ze als een fee
Lisa krijgt een groot applaus
En oma klapt voor twee

Social media

Link naar mijn twitter account.

© Appelpit algemene voorwaarden links