Appelpit gedichten

Light

zeilen

Zeilen volgens het boekje

Evert wilde zeilen leren
Op de woeste Friese meren
Liefst met windkracht zes of zeven
Met gevaar voor eigen leven

Bij de Bruna op de hoek
Kocht hij eerst een cursusboek
Dat hij grondig door wou lezen
Om goed voorbereid te wezen

Evert leerde alle woorden
Die bij echte zeilers hoorden
Kraanval, klauwval, fokkeschoot
Alles op en aan de boot

Maar toen Evert alles snapte
En hij op een bootje stapte
En de wind begon te waaien,
Ging dat bootje aan het draaien

Ach, het sturen wou niet lukken
Want het zeil begon te rukken
Evert stond hard na te denken
Toen de giek begon te zwenken

Soepel sloeg hij overboord…
Niemand heeft het meer gehoord,
Maar voor de klap zei hij nog zacht:
O ja, de giek, da’s bladzij acht.

fietsen

Niet half leeg, maar halfvol

Joop en jeanet, een aardig stel
Maar heel verschillend; dat dan wel
Zij is zo zorgeloos als wat;
Hij ziet steeds beren op zijn pad.

Als ze een dagje fietsen gaan
En plots met lekke banden staan
Slaat hij ontmoedigd op zijn stuur
Maar zij noemt het een avontuur

Ze lopen verder tot een stad
En op de helft zegt zij: "kijk schat
We hebben al de helft gehad"
Hij zucht: "de helft pas? Krijg nou wat!"

Zij zegt: "'t is toch mooi weer mijn lief,
Wees toch een beetje positief
Val nou es één keer uit je rol
Zeg niet half leeg, maar zeg half vol."

Joop zucht dat hij het wil proberen,
Maar vast te oud is om te leren
Want morgen wordt hij veertig jaar
Dat is verdorie middelbaar

Op zijn verjaardag brengt Jeanet
Champagne en ontbijt op bed
Ze fluistert in zijn oor: "en toch:
De mooiste jaren komen nog!"

Hij denkt aan gisteren en zucht
Dan zegt hij bijna opgelucht
"Ik zie het positief mijn schat.
Het meeste hebben we gehad."

ligstoel

Dan moet je maar niet zonnen op zo'n hete dag

Ze droeg een tanga en een minuscuul behaatje
Ze liep met lome passen over het terras
Daar liet ze zich wellustig zakken in de ligstoel
Terwijl het veertig graden in de schaduw was

Daar lag ze tien minuten in een wulpse houding:
Een knie omhoog, haar mooie borsten trots vooruit
Er stond al gauw een plasje water in haar navel
Er klonk een onheilspellend, plakkerig geluid.

Haar linkervoet bewoog zich licht en leek te krimpen
Haar dunne vingers hingen slap van elke hand
Ze scheen wat verder in de luie stoel te zinken
Een arm hing als een slappe vaatdoek langs de rand.

Haar zonnebril gleed van haar eens zo rechte neusje
Dat nu een spoor trok langs haar kin tot aan haar nek
Haar pronte borsten liepen uit als pakjes boter
Onder haar stoel ontstond een grote, natte plek

Een paar uur later kwam een huisgenoot haar zoeken.
Hij vond een minuscuul behaatje in de stoel
Haar dure zonnebril, een tanga en een wijnglas
Als een stilleven in een plakkerige boel

Hij dacht aan alle rijke mannen in haar leven
En hoe ze smolten voor haar schoonheid en haar lach
Nog even keek hij naar de plas en zei toen zachtjes
Dan moet je maar niet zonnen op zo'n hete dag.

Luchtige gedichten

Op deze pagina vind je geen zware kost, maar gedichten waarvan ik hoop dat ze je laten glimlachen.

cabrio

Onweerstaanbaar

Mijn buurman heeft een cabrio
wat moet ik nu beginnen
zo'n sexy auto raakt bij mij
een tere snaar vanbinnen

Ik woon al jaren naast hem
zo platonisch als maar kan
hij was gewoon wel aardig
en ik zag hem niet als man

maar nu hij is gescheiden
komt zijn ruige ik naar voren
als nieuwe vrijgezel
lijkt hij plotseling herboren

Ik zag het uit mijn ooghoek
maar hield me op de vlakte
tot ik die auto spotte
en mijn hart spontaan verzakte

Mijn man is echt een lieverd
en ik hou van mijn gezin
maar oh, die zwarte cabrio
daar wil - daar móet ik in!

Ik laat mijn leven achter
en kies het avontuur
ik stort me op de snelweg
met mijn buurman aan het stuur

Fietsje

Er komt een fietsje uit het ei
bandjes nog slap, slotje erbij
Zestien spaken achter en voor
Dat wordt wel meer,
dat groeit nog door
Ik breng geduldig fietsenvoer
Hij wordt al groter, kleurt al stoer
Hij maakt een wheely als ik kom
Pas op! je wieltjes worden krom!
Na zeven weken komt de dag
waarop de fiets naar buiten mag
Het is mooi weer, de lente lokt
Hij springt en draait en trekt en bokt
O help! Daar schiet hij op de straat
Een auto remt... het is te laat
De kleine fietslamp gloeit nog even,
dan stopt het prille rijwielleven.

Ik slik en sta er droevig bij...
waar vind ik weer zo'n fietsen-ei?

ei



Kijk rustig rond, lees, gebruik gedichten die je van pas komen, maar verspreid ze niet zonder bronvermelding.


blauwe ogen

Geen Valentijnsgedicht

Toen ik je voor de eerste keer ontmoette
Vond ik je ogen zo ontstellend blauw
Vol zelfvertrouwen vulde je de ruimte
Je lachte en ik viel meteen voor jou

Waar jij verscheen daar was je zeer aanwezig
Vertelde moppen en was joviaal
Vooral de vrouwen hingen aan je lippen
Je zei pikante dingen, was brutaal

Ik was zo trots toen ik je had veroverd
We zijn nu alweer jaren bij elkaar
Je ogen zijn nog altijd even prachtig,
Maar met die moppen ben ik nou wel klaar

De vrouwen die je om je heen verzamelt
Op ieder feestje, zijn zo jong en dom
Je knipoogt en je maakt je schuine grappen
Zij giechelen, ik vraag me af waarom.

Zien zij in jou een rijpere Adonis?
Of vinden ze je zielig, oud en raar
Je lacht te hard en kleedt je te opvallend
Je kletsverhalen zijn gewoon niet waar

Ik draai me om en loop alleen naar buiten
Ga jij je gang maar met dat jonge spul
Je wordt uiteindelijk toch wel ontmaskerd
als wat je bent: gewoon een slappe lul.

Haar!

Een man was zo enorm behaard
Dat hij op straat werd nagestaard
Hij keek terug en bromde wat,
Maar waar hij veel meer last van had
Dat was de jeuk waaraan hij leed
Zodra hij zich had aangekleed

Op zijn kantoor in keurig pak
Zat hij nooit echt op zijn gemak
Hij schurkte zich aan muur of stoel
En ook al was het er vrij koel,
Het zweet liep dikwijls langs zijn billen
Hij moest zijn best doen niet te gillen

De man viel op door zijn gedrag
En op een mooie zomerdag
besloot zijn baas hem te ontslaan
Hij kwam gewoon op straat te staan
Als in een droom nam hij de trein:
Wat raar om zo vroeg thuis te zijn

Terwijl de man naar binnen ging
Voltrok zich een verandering
Zijn zorgelijke trek verdween
Een opgeluchte lach verscheen
In ongelooflijk korte tijd
Had hij zich van zijn pak bevrijd

Hij liep de tuin in met een zucht
En stak zijn armen in de lucht
Zijn haren waaiden in de wind
Hij stond te lachen als een kind
En nam tevreden dit besluit:
Die kleren blijven voortaan uit!

Bella's body

Mooi zijn is toch niet zo moeilijk

Daar is mooie Ella Bella
Ze is lief, maar ook wat raar:
Ze ontbijt met gerstekorrels
En kauwt graag op een sigaar

Ze is dol op rode bessen
-ander fruit vind ze te zoet-
En ze eet ook heel veel yoghurt
Waar ze meestal zout in doet

Ella Bella wordt verdrietig
Als ze naar de mensen kijkt
Die zijn allemaal zo lelijk
Dat het haar oneerlijk lijkt

Mooi zijn is toch niet zo moeilijk
Denkt de mooie Ella dan
Hoe kan ik de mensen helpen?
En opeens heeft ze een plan

Als de mensen doen wat ík doe
Komt het vast en zeker goed.
Ze besluit een boek te schrijven
Over hoe je leven moet

Dus ze schrijft over sigaren
Gerstekorrels, bessen, zout
En de dingen die ze vies vindt
Zet ze in het hoofdstuk “Fout”

Op de kaft zet ze haar foto
Zodat iedereen het weet:
DIT is hoe jij ook kunt worden
Als je net als Bella eet!

Bella’s boek verkoopt geweldig
En haar foto gaat viraal
Ze herhaalt steeds als een mantra:
Schoonheid is voor allemaal

Eet je yoghurt met wat zout
Niemand lelijk, niemand oud
Gerstekorrels als ontbijt
Echte schoonheid voor altijd
Mooi zijn is voor iedereen
Mooie Bella, ga toch heen!



Social media

Link naar mijn twitter account.

© Appelpit algemene voorwaarden links