Appelpit gedichten

Verhalend

ziekenbezoek

Ziekenbezoek

Kom binnen, leuk dat je er bent
Ja, jan ligt binnen, loop maar door
Hij mocht gelijk al weer naar huis
Dat is voor mij wel pittig hoor

De operatie ging wel goed
Vertel eens Jan, hoe of dat was
“Nou, dokter Van der Sloot die zei…”
Nee Jan, hij heette Van der Plas

Het was dezelfde man als eerst
Die melanoom toen op je arm
Wil je een kussentje misschien?
En is dat vest niet veel te warm?

“Dus kijk, die Dokter van der Plas
Zei: nou, u kunt meteen terecht”

Welnee, het duurde nog een week
Dat is echt onzin wat je zegt

Zeg, wil je koffie met gebak?
Zo leuk, Jan heeft zo graag bezoek
Of wil je soms een broodje kaas?
Hè Jan, je kruimelt op je broek!

“Ik heb wel pijn hier aan die wond …”
Natuurlijk ja, dat hoort erbij
Je bent pas net geopereerd
Nou niet zo klagen Jan, wees blij

Dat zei die dokter ook meteen:
Nou nou, u bent nog net op tijd
Als u nog langer had gewacht
Hadden we veel meer narigheid

Ach, moet je nou alweer naar huis?
Nou ja, je hebt het zeker druk
En anders ík wel hier met Jan
Hij wordt verwend, hij heeft geluk

Keukentafelgesprek

keukentafel

Hallo, ik ben José, ik kom u helpen
Want er verandert veel hier in uw buurt
Mag ik u spreken aan de keukentafel?
Ik ben door de gemeenteraad gestuurd

Mevrouw de Wit, u bent nu vierentachtig
U loopt nog aardig goed, dat zag ik net
Hebt u een dochter? Fijn! Zij kan dus helpen
Dan kan de thuishulp aan de kant gezet

Met een rollator kunt u uit de voeten?
Over de drempel ook? Laat even zien
Dan zult u hier niet sterven van de honger
Want u kunt zelf in boodschappen voorzien.

U heeft een aanvraag voor een traplift lopen
Dat is een dure grap, begrijpt u dat?
We kunnen ook een bed beneden zetten
Dan is dat ook geregeld. Dat is dat.

U heeft me heerlijk koffie aangeboden
Met koek, u komt dus rond noteer ik maar
Mevrouw de Wit, daar ben ik echt heel blij om
Want armoe lijden is zo vreselijk naar

Dat was het dan geloof ik wel zo’n beetje
U weet nu wat er gaat gebeuren dus.
Wat fijn dat we zo hebben kunnen praten
U krijgt hier een verslag van in de bus.

Op dit gedicht is een antwoord geschreven door dhr Th. Bunnik. Je vindt het via de volgende link

Antwoord van Mevrouw de Wit

De oplossing voor alles

potje

Als ik kon toveren, zo sprak de kwade man
Dan zou dit kabinet het binnenkort wel merken
Want ze verraden alle sloebers die hard werken
En solidariteit daar houden ze niet van

Als ik kon toveren, dan hadden ze het slecht
Die arrogante, goedgebekte hoge heren
Met dat gegraai en dat gedraai, ik zou ze leren
Ze zouden spartelen en piepen, en terecht.

Die zelfde avond kwam volledig onverwacht
Een oude geest uit een onooglijk, stoffig potje
En voor zn gastheer verder kwam dan: Hé, wa-mot je?
Gaf hij hem toverkracht. En wel tot middernacht.

De kwade man was één seconde lang verrast
Voor hij begreep dat hem de macht nu was gegeven
En door een jarenlange diepe wrok gedreven
Dacht hij niet na, en haalde alles uit de kast

Hij dacht aan Rutte met zijn irritante lach
Aan Samsom die beloften niet wist waar te maken
Van Rijn die onze zorg volledig wist te kraken
En aan een zee waarin een dode peuter lag

Vanuit zijn tenen kwam de kracht waarmee hij sprak
“Voor mijn part vallen jullie dood daar met z’n allen”
Waarna hij één voor één hun namen stond te brallen
Terwijl hij beide armen in de hoogte stak.

De ochtend kwam met consternatie en paniek
Niet één politicus was aan de wraak ontkomen
Het was een raadsel wie hun leven had genomen
Iedereen was in diepe rouw, het land was ziek.

Er volgden jaren van ellende voor het land
“Als ik kon toveren…” verzuchtten vele mensen
Maar onze kwade man zou zoiets nooit meer wensen
Men zag hem nooit terug: hij maakte zich van kant

Lang

De gedichten op deze pagina zijn verhalen op rijm. In een strak rijmschema wordt in meerdere coupletten een gebeurtenis, tafereel of idee geschetst. Deze langere gedichten staan in de traditie van ouderwetse troubadours, of zo je wilt van Annie M.G. Schmidt of Drs. P., die er geweldig goed in waren.


troubadour

Zes blinde mannen en een olifant

Dit is mijn bewerking van een beroemde fabel uit India, waarin zes blinde reizigers elk een eigen beeld hebben gevormd van een olifant, omdat ze allemaal een verschillend deel van het dier hebben verkend. ‘De blinde mannen en de olifant’ staat voor tolerantie en begrip voor hen die anders tegen de wereld aankijken dan jij zelf.

Er waren eens zes mannen
Ze waren allen blind
Ze stonden om een olifant
nieuwsgierig als een kind

De eerste voelde aan een tand
en zei: ’t verbaast me zeer
Een olifant is lang en dun
het lijkt precies een speer

De tweede voelde aan een poot
en riep: doe toch normaal
Het beest lijkt eerder op een boom
of op een dikke paal

De derde tastte langs de zij
en riep al gauw vol vuur:
Wat is hij stevig en wat hoog
Dit dier lijkt op een muur!

De vierde nam de slurf en sprong
een meter in de lucht
’t Is net een slang, besloot hij
met een bibberende zucht

De vijfde voelde aan een oor
Hij zei: hoe vind je dat?
het lijkt wel op een waaier
want hij is zo breed en plat

De zesde had de staart te pakken
En zei zachtjes: wauw
Een olifant lijkt eigenlijk
wel op een dik stuk touw

De mannen kregen ruzie en
ze maakten veel kabaal
Ik heb gelijk. Ik voel het toch!
zeiden ze allemaal

Maar wat ze niet begrepen was:
Het oor, de slurf, de tand
Dat alles bij elkaar was pas
een echte olifant!


olifant

Als je veertien bent

Het universum dat ben jij
Je vrienden passen er nog bij
De koppen bij elkaar
Druk af en klaar
Op facebook, Instagram en overal
geef je je mening
want dat moet
Of nou ja, dat is wat je doet
want je doet mee
Je bent geen kind
meer. Je bent veertien
en de wereld wacht op jou
en wat je vindt
dat laat je zien

Je ouders leven

in een andere versnelling

Ze snappen niks van wat je doet

Wat je ook zegt, het is nooit goed

Ze zien steeds beren op je pad

Je hebt het zó met ze gehad
en met hun soort
Ze zijn zo oud

En oude mensen zijn zo saai
Ze gaan niet uit
Ze vinden jouw
muziek lawaai
Ze houden
alles
tegen

Behalve dan je oma.
Al is ze traag
en soms verward
Je hebt een plekje
in je hart bewaard
voor haar
al is ze oud
je houdt van je oma.

snoephartje

Kijk rustig rond, lees, gebruik gedichten die je van pas komen, maar verspreid ze niet zonder bronvermelding.


toeteren

vrije meningsuiting

Voorzichtig koester ik
Mijn recht
Op vrije meningsuiting
Het is niet nieuw
Ik heb het al zo lang
Als ik mij heugen kan

O ja, het is gebruikt
Ik heb er op getoeterd
En geblazen
Als puber meer dan ooit
Het was normaal
Ik was niet bang
Ik had het al zo lang.

En als een kind
Dat teveel speelgoed heeft,
Vergat ik soms
Dat het er was;
die vrijheid om te spreken
De glans er af
Keek ik er langs
En zag niet meer
Dat het bijzonder was

Maar soms, ineens
Gaat het alarm
Dan droom ik
Van een dief die komt
En die mijn recht,
Mijn stoffige, gebutste
En vergeten recht
op eerlijkheid
en klare taal
bedreigt.

Dan word ik wakker
En ik weet weer
Wat ik soms vergeet:
Dat ik mag zeggen
Wat ik wil
En als ik niets wil zeggen
Hoeft dat niet
Dan ben ik stil

Harlingen

Harlingen (een impressie)

Langs de kade oude huizen
met gevels als plaatjes
uit een geschiedenisboek.

In het water statige schepen
Hun masten zacht bewegend
in de wind
Meters boegspriet
glanzend hout
opgerolde zeilen
die avontuur beloven

Schepen liggen klaar
om uit te varen
Netten losjes langs de reling
glanzende machines
om vis te sorteren
schoon te maken
of wat je nog meer
met vis moet doen

Schepen wachten
hun tuigage lokkend
als spinnenwebben
op avontuurlijke toeristen
Bemanning voor twee weken
zeilen zoals vroeger
Maar dan zonder scheurbuik
en zonder gage

vierdaagse

Vierdaagse

Dag 1.
De Wedren, de Waalbrug
Wat gaat dat lopen goed
Je maakt je kilometers
En bent vol goede moed
Van Arnhem gaat het dansend
Naar Elst en daar voorbij
Je ziet al haast de Waalbrug,
maar
die komt niet dichterbij
Een lange lange lange dijk
Nog ruim een uur te gaan
Maar dan mag je gaan zitten
Dag één is nu gedaan.

Dag 2.
De wekker, zo vroeg al
Je rekt en strekt en zucht
Maar even later loop je
Weer in de buitenlucht
Het is de dag van Wychen
Van Vennen en natuur
In Balgoij, Niftrik, Woezik
Daar juichen ze vol vuur
Muziek langs vele wegen
En roze overal
Voordat je aan je blaren denkt
Is daar de finish al.

Dag3.
Weer opstaan, je wilt niet
Je spieren zijn zo stijf
Straks moet je zeven heuvels
Met dat stramme lijf
Het is de dag van Groesbeek
Misschien de mooiste dag
Het leger eert de doden
Een traantje pinken mag
Je klimt en daalt manmoedig
Door Milsbeek en door Mook
En haal je deze derde dag
Dan lukt de vierde ook.

Dag 4.
Eén dag nog, de laatste
En dan is het voorbij
je sleept je naar de Wedren
De vierde keer op rij
In Cuijk ligt de pontonbrug
Daar moet je over gaan
En dan het allermooiste
Hier heb je ’t voor gedaan:
Op Via Gladiola
Al ben je uitgeteld
word je door rijen mensen
Toegejuicht als held

Social media

Link naar mijn twitter account.

© Appelpit algemene voorwaarden links